Zonder titel 7, 10, 15

Zonder titel 18, 22, 24

Zonder titel 35, 39, 41

Zonder titel 48, 50, 54

Zonder titel 62, 65, 66

Zonder titel 70, 71, 72

Schilderstudies vrij

kunstwerken

De grote serie vrije schilderijen die ik in de tweede helft van de jaren tachtig maakte, draaide om het menselijk gezicht, omdat ik daarin het meest de diepte vond die ik zocht. Niet zo vreemd misschien voor een kunstenaar die zijn wortels heeft in de psychologie. Als iets de spiegel van de ziel is, dan wel het menselijk gelaat. Maar begrijpen deed ik het niet echt, want ik hield niet minder van grote landschapschilders als Ruysdael, Corot of Kiefer dan van de beste portrettisten. Toch kwam mijn vrije hand (die ik oefende door zo blanco mogelijk, zonder een vast plan of zelfs maar een vaag idee, voor een leeg doek plaats te nemen), bijna altijd weer als vanzelf uit bij de kop van een anonieme soortgenoot, een fundamenteel op zichzelf aangewezen, ondeelbaar individu.

De samenhangende figuratie is altijd sterk aanwezig geweest. Pogingen om rechtstreeks de krochten van de menselijke ziel te verbeelden door het gespuis daar weer te geven in al zijn chaos en onbestemdheid (Zonder titel 7), bevredigden altijd maar even. Er kan te veel, net als in dromen. Die kun je nooit vertellen zoals ze werkelijk waren, en hoe onloochenbaar het ook is dat ze echt bestaan, over de waarde die ze hebben blijf je altijd in het onzekere.

Meer planmatige studies maakte ik ook. Neem een min of meer willekeurige vorm, geef die een plaats in een landschap en ontdek dat hij vervolgens elk formaat en elke betekenis kan aannemen. Zonder titel 48, 50, 54 is een drieluik dat zowel aandacht vraagt voor steeds dezelfde vorm als voor de drie verschillende dingen die de vorm voorstelt (wolk, vijver, kuil). Ik zie daar wel een verband met de anamorfose, die later zo belangrijk zou worden in mijn werk. Ook de anamorfose vraagt aandacht op twee niveaus: het is een voorstelling wanneer je er vanuit de ideale positie naar kijkt, en louter vorm gezien vanuit alle andere posities.

Vier van de hier afgebeelde werken exposeer ik in de tentoonstelling The Disasters of War, Kersgallery, Lindengracht 148, Amsterdam (t/m 12 oktober 2014, www.kersgallery.com). Het zijn de nummers 24 en 48 als tweeluik, en de portretten 71 en 72. Bij de opening op 12 september hield ik een inleiding over de relatie tussen kunst en oorlog.

Een eerdere tekst, die meer exclusief over schilderkunst gaat, is Narcissus en de werkelijkheid. (Gepubliceerd in Koninklijke Subsidie voor Vrije Schilderkunst 2002, Stichting Koninklijk Paleis Amsterdam.)

> Beide teksten zijn hieronder te downloaden.
 




© Cornel Bierens // algemene voorwaarden //