Behangtekeningen (1988)

Mijn rotsschildering

kunstwerken

Op zesjarige leeftijd heb ik met de lippenstift van mijn moeder een trein getekend op het behang in de achterkamer.
Het is de eerste tekening die ik mij herinner, mijn rotsschildering zeg maar, een lange trein. Ik herinner mij niet dat ik hem aan het tekenen was.
Ik herinner mij alleen dat mijn moeder binnenkwam. Toen mijn moeder binnenkwam zag ik pas wat ik gedaan had.
Mijn moeder was helemaal niet boos, mijn vader maar heel even.
Diezelfde dag onder het eten begon mijn vader over mijn eerste heilige communie. Ik zat volop in de voorbereidingen voor mijn eerste heilige communie.
Ik vroeg aan mijn vader waarom God zijn wetten op steen had geschreven. Mozes had de steen uit een rots gehakt en God had er zijn wetten opgeschreven.
Mijn vader zei dat er in die tijd nog geen papier bestond.
Drie dagen later kwam Jozef de achterkamer behangen. Jozef was de huisschilder met de twee gehoorapparaten. Hij praatte hard en slissend.
Het nieuwe behang was prachtig. Er ontging mij niets van wat Jozef deed.
Het instrijken op de plaktafel, het dubbelvouwen van de behangbaan, het uitstrijken op de muur met de behangborstel en hoe hij met een scheermes de ruimte voor een stopcontact uitspaarde.
De dag voor mijn eerste heilige communie heb ik in de biechtstoel verteld dat ik met de lippenstift van mijn moeder een trein op het behang had getekend.
Ik liep van de kerk naar huis en voelde mij volkomen schoon. Ik nam mij voor dat zo te houden.
Thuis vertelde ik de biecht aan mijn vader. Toen vroeg mijn vader mij waarom het uitgerekend een trein was geweest die ik had getekend en niet wat anders. Ik zei alleen dat het de trein van opa was. Mijn vader nam genoegen met deze uitleg. Mijn opa was immers machinist. Mijn opa had mij immers een keer de trein laten zien waarop hij reed.
Maar er was nog minstens één andere reden.
Het geniale van een trein was dat je er nooit op uitgetekend raakte, er kon altijd nog een wagon bij. Een auto of een kruiwagen kwamen vroeg of laat af, maar een trein was oneindig.
Voor mijn eerste heilige communie kreeg ik van Jozef een behangstalenboek en van mijn moeder een grote doos wasco vetkrijtjes.
Ik heb nooit in het behangboek getekend, daar vond ik het te mooi voor, het mocht niet bezoedeld worden. Het behangboek was de uitbeelding van mijn schone ziel.
Jozef zag ik weer toen het tegen Kerst liep.
Mijn vader had hem gevraagd een grot te maken op het dressoir om de kerstbeeldjes in te plaatsen.
Ik herinner mij hoe Jozef binnenkwam en een versleten leren tas droeg waaruit alleen een rol rotspapier kwam.
Ik herinner mij dat ik hem vroeg waarom hij een rots ging maken van papier, en dat hij daarop als verklaring heeft gegeven dat een rots van papier net echt was.

De tekeningen op behang werden geëxposeerd bij Galerie Pieter Berkhout in de Amsterdamse Valeriusstraat (1988).

> De recensie uit NRC-Handelsblad is hieronder te downloaden.
 




© Cornel Bierens // algemene voorwaarden //